Duurzaam verwarmen met rioolwater, wat vaak wordt aangeduid als riothermie, is een techniek waarbij de warmte in ons afvalwater wordt hergebruikt om gebouwen te verwarmen en soms ook te koelen. Bij riothermie wordt de restwarmte uit afvalwater (douche, vaatwasser, wasmachine, …) onttrokken met warmtewisselaars en vervolgens opgewaardeerd met warmtepompen. Het rioolwater is doorgaans 8 tot 23 °C, wat aanzienlijk warmer is dan grondwater en daardoor een interessante lage‑temperatuur warmtebron vormt.

De techniek valt onder aquathermie: energie uit water (oppervlaktewater, drinkwater, rioolwater) die wordt gebruikt om gebouwen te verwarmen of te koelen. Riothermie kan toegepast worden op zowel vuil rioolwater als op gezuiverd afvalwater bij waterzuiveringsinstallaties. Hoe werkt het technisch? De kern van het systeem bestaat uit drie stappen: warmte winnen, warmte transporteren en warmte opwaarderen. Warmtewisseling in of bij het riool: in of rond de rioolbuis worden warmtewisselaars geplaatst (bijvoorbeeld RVS‑platen of ingebouwde warmtewisselaarbuizen) waarlangs een gesloten circuit met een schone vloeistof stroomt. Transport naar de technische ruimte: de opgewarmde vloeistof gaat via leidingen naar een warmtepompinstallatie in een gebouw of een wijkcentrale. Opwaarderen met warmtepompen: de warmtepomp verhoogt de temperatuur van circa 10–20 °C naar een bruikbare waarde (typisch 30–40 °C voor lage‑temperatuurverwarming, hoger voor sanitair warm water).
In sommige projecten wordt de warmte gecombineerd met warmte‑koudeopslag (WKO) in de bodem, zodat overschotten in de zomer worden opgeslagen voor gebruik in de winter. Dezelfde infrastructuur kan ook voor koeling worden gebruikt door warmte uit het gebouw naar het koelere rioolwater af te voeren. Riothermie is vooral interessant waar een constante warmtevraag én een stabiel debiet aan rioolwater aanwezig zijn, zoals in publieke gebouwen zoals in zwembaden, maar ook in woningbouw zoals in appartementen en ziekenhuizen. Vlaamse rioolbeheerders promoten riothermie intussen als volwaardige duurzame warmtebron, met projecten rond gezuiverd water en rioolwater. Op individuele schaal bestaan systemen die warmte uit de huishoudelijke afvoer (douche, wasmachine) terugwinnen, waarmee tot circa 40% gasbesparing op ruimteverwarming en tapwater haalbaar is in slecht geïsoleerde woningen.
